Stec Groep trakteert: inzichten voor het vestigingsklimaat van morgen

Meer nieuws

Bedrijven maken dagelijks keuzes over waar ze zich willen (of kunnen) vestigen. Al 25 jaar legt onze Database Locatiebeslissingen Nederland (DLN) die locatiekeuzes vast: wie vestigt zich waar, waarom, en onder welke omstandigheden? Daarmee biedt Stec Groep unieke inzichten in locatiefactoren, ruimtebehoefte en bedrijfskenmerken op bedrijventerreinen.

We trakteren met een jubileumeditie waarin we de motieven achter locatiebeslissingen, kenmerken van bedrijven en vestigingsvoorkeuren bespreken én visualiseren in kaarten. 

Belangrijke inzichten uit 25 jaar monitoring:

  • Bedrijven zijn honkvast. De locatiedynamiek van bedrijven is vooral (sub)regionaal. Maar 2-4% van de verhuisdynamiek is bovenregionaal. Bovenregionale verplaatsingen zijn wel belangrijk; ze leveren duizenden banen op en regionale economische groei. Dit leidt soms tot (ongewenste) druk op de regionale bedrijfsruimte- en arbeidsmarkt.
  • Duidelijke logica in locatiepatronen: Logistiek clustert langs de goederenvervoercorridor, productie en R&D zoeken unieke ecosystemen in industrieclusters of op campuslocaties, (hoofd)kantoren vestigen zich vooral in Amsterdam en Utrecht.
  • Schaarste aan ruimte verandert marktdynamiek. Krapte aan bedrijventerreinen leidt tot verplaatsingen naar regio’s waar wel ruimte beschikbaar is, ook buiten de traditionele toplocaties. Ook de dynamiek in de bestaande voorraad is sterk gegroeid. De afgelopen jaren zien we meer herstructurering en een groeiende focus op toekomstbestendige bedrijventerreinen.
  • Regionale specialisaties zichtbaar in toplocaties voor logistiek, innovatie, R&D of industriële bedrijvigheid. Bedrijven groeien vaak door vanuit de bestaande locatie. Actief volgen en faciliteren van bedrijfsontwikkeling voorkomt dat groei wegvloeit en versterkt de regionale economie.
  • Circulaire economie groeit in ruimtevraag: 15-20% van de locatiedynamiek is inmiddels gerelateerd aan circulaire activiteiten, vooral recycling. Deze ontwikkeling leidt tot een grotere vraag naar milieuruimte en waterontsloten plekken op bedrijventerreinen.

25 jaar data vertellen niet alleen het verhaal van het verleden, maar zijn ook aanknopingspunten voor de toekomst:

  1. Locatiepatronen blijven stabiel. Toplocaties behouden hun positie en worden brandpunten voor transities en clustering van ecosystemen.
  2. Clustering op strategische plekken wint aan belang. Denk aan energieconcentratiegebieden of locaties waar faciliteiten en (rest)stromen gedeeld kunnen worden. De concentratie van elkaar versterkende ecosystemen wordt een bepalende factor in de marktdynamiek.
  3. Circulaire transitie stuwt de locatiedynamiek in toekomst. Voor activiteiten lager op de R-ladder, zoals recycling, zijn vooral industrieel-logistieke locaties nodig met ruimte voor milieuhinderlijke en watergebonden activiteiten. Hoger op de R-ladder gaat het ook om reguliere werkmilieus, gemengd-stedelijke locaties en innovatiemilieus, waar hergebruik en hoogwaardige circulaire innovatie centraal staan.
  4. Bestaande voorraad cruciaal in leggen ruimtelijke puzzel. Bedrijven hebben groeiambities, maar kunnen door schaarste op korte en middellange termijn moeilijk uitbreiden. Dit betekent dat meer vraag moet landen binnen de bestaande voorraad. Grip op en het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen is essentieel om groei mogelijk te maken. Pluspunt: hier is vaak al een stroomaansluiting beschikbaar.
  5. Aantrekkelijke en klimaatbestendige locaties hebben de toekomst. Vanuit zowel ondernemers- als werknemersperspectief loont het om te investeren in een sterk, groen en duurzaam vestigingsklimaat. Dit trekt groeiende bedrijven.

Meer informatie?

Heeft u een vraag na het lezen van dit artikel?
Onze adviseurs staan u graag te woord of bel met 026 – 751 41 00.