05 maart 2020

share
EmailLinkedInTwitter

De Omgevingswet komt snel dichterbij nu de Eerste Kamer in februari heeft ingestemd met de Invoeringswet Omgevingswet. Het moet eenvoudiger, beter en met meer ruimte voor initiatief. De wet alleen gaat hier niet voor zorgen. Werk maken van deze verbeterdoelen vraagt in onze ogen om anders denken en werken door gemeenten, ofwel: betere werkwijzen. Op basis van eigen verkenningen geven we hier belangrijke tips voor gemeenten voor een goede implementatie van de Omgevingswet.

1. Bepaal uw stuurstijl en differentieer naar gebieden en opgaven

Naast de wet zelf vraagt een succesvolle implementatie van de Omgevingswet om aandacht voor werkwijzen. Hieronder verstaan we een slimme inzet van instrumenten zoals omgevingsvisie en het omgevingsplan in combinatie met een passende houding en goede (digitale) ondersteuning. Dit begint met het bepalen van uw gemeentelijke stuurstijl.

Overwegingen: wat zijn ambities, opgaven en cultuur van uw gemeente: is er veel ontwikkeldynamiek? Is er een duidelijk eindbeeld of kunnen ontwikkelingen nog verschillende kanten op? Wilt u veel ruimte voor initiatief bieden en op welke plekken? Hoe wilt u participatie vormgeven? Is een actieve rol van de gemeente nodig? Et cetera.

De gemeentelijke stuurstijl is geen eenheidsworst maar zal per gebied verschillen. Een gebiedsgerichte aanpak biedt dan uitkomst. Bovendien faciliteert dit het maken van integrale afwegingen. Liefst maken gemeenten daarvoor in de omgevingsvisie onderscheid tussen gebiedstypen met elk eigen kernwaarden, opgaven en vervolgens ook spelregels. Bijvoorbeeld ontwikkelgebieden, conserveringsgebieden waar de nadruk ligt op beschermen en experimenteerzones voor organische gebiedsontwikkelingen.

2. Vanuit omgevingsvisie en opa’s stap-voor-stap naar het omgevingsplan

Zie de omgevingsvisie niet als een verplichting maar als een kans om werkwijzen te verbeteren. Een omgevingsvisie waarin heldere keuzes worden gemaakt helpt integrale afwegingen te maken op het niveau van de gemeente en biedt duidelijkheid aan initiatiefnemers. Ook is dan helder wat in het omgevingsplan geregeld moet worden qua type planregels: specifiek, ruim, globaal et cetera. Maar ook hoe de inzet van omgevingsplanactiviteit vergunningen (opa’s) werkwijzen ondersteunt. Kortom: de omgevingsvisie is een belangrijke bouwsteen voor de verdere implementatie van de wet.

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden alle vigerende bestemmingsplannen automatisch één omgevingsplan van rechtswege (tijdelijk deel). Voor het uiteindelijke omgevingsplan – met keuzes over de bruidsschat en integratie van decentrale regels – heeft u tot 2029 de tijd. Tijdens deze overgangsfase is een werkwijze met een sterke omgevingsvisie en buitenplanse opa’s denkbaar. Zolang het omgevingsplan nog niet gereed is zal dit voor veel gemeenten een pragmatische route zijn.

In onze ogen is het echter gewenst om nu werk te maken van het omgevingsplan. Dit kan stap-voor-stap. In het omgevingsplan kunt u namelijk de spelregels vastleggen, terwijl dit bij buitenplanse opa’s niet kan. Het gaat dan bijvoorbeeld om flexibiliteitsbepalingen in het omgevingsplan zelf en bewuste keuzes voor het werken met verschillende type opa’s. Door slim gebruik te maken van opa’s ontstaan kansen voor het werken met globale plannen, het adaptief blijven in programmering door nadere afwegingsmomenten in te bouwen en te werken vanuit een salderingsbenadering.

3. Stel monitoring centraal bij implementatie (nieuwe) werkwijzen

We noemden zojuist al het werken met opa’s als onderdeel van werkwijzen onder de Omgevingswet. De Omgevingswet biedt namelijk de mogelijkheid – en soms de verplichting – om te werken met binnenplanse en buitenplanse opa’s. Bij de buitenplanse opa wordt een nieuwe afweging gemaakt.

Onder de Omgevingswet geldt het principe: zo veel mogelijk vergunningvrij. Als gemeente kunt u er voor kiezen om in bepaalde gevallen bewust wel een vergunningsplicht in te voeren. Dat kan in verschillende gradaties. Bijvoorbeeld door te vragen om een onderzoek naar nut en noodzaak op een moment dat een initiatief zich aandient, of een meldings- of informatieplicht invoeren.

Het voordeel van die keuzevrijheid voor gemeenten is dat er meer mogelijkheden ontstaan om aan te sluiten bij de opgaven in een gebied. Het biedt ruimte aan verschillende vormen van gebiedsontwikkeling van meer organische tot sterk planmatig.

Benutting van dit potentieel valt of staat bij goede monitoring van wat al heeft plaatsgevonden in een gebied: welke (planologische) mogelijkheden zijn er? Welke onderzoeken zijn beschikbaar? Wat moet een initiatiefnemers nog doen? Monitoring moet daarom niet langer het sluitstuk van omgevingsbeleid zijn, maar juist de kern.

4. Samen optrekken in de regio bij vormgeven en implementatie werkwijzen

We adviseren actief samenwerking op te zoeken met gemeenten in de regio en de provincie. Trek bijvoorbeeld gezamenlijk op bij het ontwikkelen van werkwijzen op gemeentegrensoverschrijdende thema’s. Denk aan: het samen opzetten van monitoring zodat dit op een vergelijkbare en eenduidige manier gebeurt. Standaarden ontwikkelen voor omgevingsplannen om duidelijkheid te creëren voor initiatiefnemers in de regio, et cetera. De provincie kan gemeenten helpen het potentieel van de Omgevingswet te benutten door het speelveld te creëren en werkwijzen te borgen.

Wilt u meer weten? Klik hier voor het aanvragen van het paper met tips en tools.