29 juni 2020

share
EmailLinkedInTwitter

90% van de gemeenten verwacht dat de coronacrisis de ontwikkeling van de circulaire economie versnelt. Dat blijkt uit een nieuw benchmarkonderzoek onder 120 gemeenten door Stec Groep. “Gemeenten denken dat bedrijven meer in de buurt gaan produceren en dat dit gelijk een kans is voor meer circulair ondernemen”, aldus Evert-Jan de Kort, senior partner bij Stec Groep. Hiervoor zijn dan wel geschikte plekken nodig: 85% van de gemeenten zegt dat hun werklocaties nog niet circulaire economie-proof zijn.

Driekwart van de gemeenten in het onderzoek stelt dat de coronacrisis heeft aangetoond hoe fragiel en niet-duurzaam de mondiale productieketens zijn. “We zien dat bedrijven nu kritischer kijken naar hun ketens en hun afhankelijkheid van bijvoorbeeld China. Dat biedt een kans voor het reorganiseren en moderniseren van de productie en om het gesjouw van allerlei producten en grondstoffen over de wereld te verminderen door stappen te zetten in circulariteit”, zegt Evert-Jan de Kort. Gemeenten spelen zelf een belangrijke rol in het pakken van deze kansen. De overheid kan de transitie stimuleren met beleid, wet- en regelgeving, maar ook door perfecte plekken te bieden voor circulaire bedrijvigheid.

Met stip op 1: voldoende hinderruimte bieden en een sublieme bereikbaarheid, volgens gemeenten de belangrijkste vereisten voor succesvolle circulaire werklocaties

Een top circulaire werklocatie moet volgens gemeenten ongehinderd ruimte bieden aan het kunnen verwerken van afvalstromen tot nieuwe producten. De circulaire productie gaat immers vaak gepaard met geluid, stof en geur. Ook een optimale bereikbaarheid is essentieel volgens gemeenten. Niet alleen via de weg, maar ook via water, spoor, OV én digitaal. Opvallend is de lage score die de gemeenten in het onderzoek toekennen aan de kwaliteit van organisatie en samenwerking op circulaire werklocaties. De Kort: “Circulaire economie draait juist om samenwerking. Organisatie en onderling vertrouwen is een belangrijke basis om bedrijfsprocessen te delen en stromen uit te wisselen. Bovendien zien we dat werklocaties waar goed wordt samengewerkt beter presteren en toekomstbestendiger zijn. Hier is dus nog echt een wereld te winnen”.

Circulaire economie hoog op gemeenteagenda  

Gemeenten hebben nog weinig feeling bij de circulaire economie: 66% van de gemeenten vindt het eigen kennisniveau onvoldoende en bijna 90% geeft aan geen goed beeld te hebben van wat bedrijven in de eigen gemeente nu doen op dit vlak. Gemiddeld geven gemeenten zichzelf een 5,8 voor hun inzet op circulaire economie.

Toch staat bij veel gemeenten circulaire economie hoog op de agenda. Zo heeft ruim 85% van de gemeenten een ambtelijke of bestuurlijke trekker circulaire economie. Een op de vijf gemeenten heeft een specifieke afdeling Duurzaamheid waar circulaire economie is ondergebracht. Daarnaast houden vooral de afdelingen Economische Zaken (30%) en Ruimtelijke Ordening (25%) zich bezig met circulaire economie. Bijna 80% van de gemeenten zegt dat de omslag naar een circulaire economie vraagt om een samenhangende visie en aanpak vanuit alle gemeentelijke disciplines. In de praktijk blijkt die gezamenlijke aanpak en het boeken van tastbare resultaten echter nog wel lastig, zo geven gemeenten in het onderzoek aan. Ook hier lijkt dus op het gebied van samenwerking nog veel te winnen. De Kort: “Circulaire economie is een integraal thema bij uitstek. Samenwerking binnen de gemeente is cruciaal voor succes. De nieuwe Omgevingswet, die samenhangend werken bevordert, biedt wat dat betreft kansen”.

Rijksdoelstelling: 100% circulair in 2050

Het Rijk streeft naar een volledig afvalloze economie in 2050. Gemeenten spelen een belangrijke rol in deze transitie. In de gemeentebenchmark heeft Stec Groep de stand zaken bij gemeenten gepeild in de periode maart – mei 2020. De benchmark is dit jaar voor het eerst uitgevoerd.

Klik hier voor downloaden volledige rapport.